
Hoe kies je de juiste vermogenssterkte voor je waterdichte infraroodverwarmers?
Het kiezen van de juiste vermogenssterkte voor een waterdichte installatie heeft niets te maken met complexe wiskundige berekeningen. Het gaat er vooral om dat je niet te maken krijgt met een situatie waarin het te koud is in de ruimte. Of je nu te maken hebt met een industriële wasruimte of een luxe badkamer: je wilt dat de ruimte warm en comfortabel aanvoelt, en niet dat er één zeer hete plek is en vier ijskoude hoeken.
Vermogen passend maken aan de ruimte
Denk er zo over: hoe groter de ruimte, hoe meer vermogen nodig is. Als je een klein, afgesloten kamertje verwarmt, is een lamp met 250W meestal voldoende. De warmte blijft dan in de ruimte en het wordt snel warm. Maar in grotere ruimtes moet je vaak gebruikmaken van een lamp met 500W of zelfs 1000W.
Een fout die mensen maken, is dat ze te laag gaan. Hierdoor werkt de lamp continu door, waardoor het gloeidraad sneller slijt dan nodig is. Aan de andere kant kan het ook gebeuren dat je te veel vermogen gebruikt. Dan ontstaan er ‘ hete gebieden’, waardoor de ruimte oncomfortabel wordt. Bovendien word je dan belast met hoge energierekeningen.
De ‘waterdichte’ factor
Waterdichte behuizingen zijn veilig, maar ze zijn niet onzichtbaar. Door het kwartsglas en de sterke afsluitingen die vocht buiten houden, wordt een deel van de infraroodstraling tegengehouden. Het is geen groot probleem, maar het gebeurt wel.
Om dit kleine verlies aan energie goed te maken, raad ik aan om 15% meer vermogen te gebruiken dan nodig is. Dit zorgt ervoor dat de ruimte echt warm blijft.
Enkele punten om rekening mee te houden
Meer vermogen is niet altijd beter. Een lamp met 1000W zal een ruimte snel opwarmen, maar dit legt veel meer druk op de apparatuur. Controleer dus of je stoppen en kabels het vermogen aankunnen. Anders kun je problemen krijgen.
Kijk ook goed naar de luchtcirculatie. In een waterdichte behuizing kan de warmte zich soms ophopen rondom de aansluitsplekken. Hierdoor kunnen de verbindingen te snel kapotgaan. Zorg er dus voor dat de apparatuur genoeg ruimte heeft om te ademen. Dan is alles in orde.